191 

Ikoon: Verrijzenis met 16 feesten


Nummer: 191 Periode: 1800
Naam: Ikoon: Verrijzenis met 16 feesten Grootte: 44,2 x 37 cm
Afkomst: Rusland Prijs:


Algemeen:

Feestdagen ikonen, zoals deze, brengen de kerkelijk liturgische sfeer in de huiskamer. In de 18e en 19e eeuw zijn zij in Rusland zeer populair, vooral in de kringen van de “Oud-Gelovigen”. Deze groep gelovigen vierde in privé-huizen de liturgie, omdat zij door de officiële kerk in de ban gedaan waren. Zij wilden zich aan de oude tradities houden en zagen niets in de hervormingen, die onder Peter de Grote begonnen waren.

De feest-ikoon nam dan tijdens de liturgie de plaats in van de ikonostase.

De feesten of heilige dagen illustreren de gebeurtenissen uit het leven van de Moeder Gods en van Christus. Het historisch aspect van het leven van Christus is, zoals het op de ikonen afgebeeld wordt, minder belangrijk dan het spirituele aspect. Veel afbeeldingen zijn niet-historisch, dat wil zeggen dat zij geïnspireerd zijn op apocriefe bronnen. De geschiedenis begint met de geboorte van de Moeder Gods en eindigt met haar ontslapen. Binnen dat tijdsgewricht speelt het leven van Christus zich af.

Beschrijving:

De verrijzenis van Christus en de Nederdaling ter helle staan in het midden van de compositie. In de vorm van randtaferelen, zorgvuldig afgelijnd en met inscripties op de randen aangeduid, staan daaromheen de 12 belangrijkste feesten. Afgebeeld zijn van links naar rechts en van boven naar beneden:

1.De geboorte van Maria (Rozdestvo Pr. Bogorodicy).

De geboorte van de Moeder Gods is het eerste van de feesten van het kerkelijke jaar, op 8 september. Het byzantijns kerkelijk jaar begint op 1 september en eindigt op 31 augustus.  De voorstelling is gebaseerd op het apocriefe Proto-evangelie van Jacobus. Anna ligt op haar kraambed, of veeleer een praalbed en wordt omringd door dienstertjes. Beneden aan wordt de kleine Maria door de vroedvrouw en een dienstertje in bad gedaan. De Vader Joachim houdt zich afzijdig en  is rechts afgebeeld.

2.De intrede van Maria in de tempel (Vevedenie vo Chram Pr. Bogorodicy).

Het feest van de Intrede van Maria in de tempel wordt gevierd op 21 november; het behoort tot de grote, maar niet tot de oudste feesten, van de oosterse kerk.

Zijn oorsprong ligt in de wijding in november 543 van de nieuwe aan Maria toegewijde kerk in Jeruzalem. In de 7e eeuw werd het feest door Constantinopel overgenomen. In het Westen werd het voor het eerst in 1374 onder Paus Gregorius XI in Avignon gevierd. Over de Intrede van Maria vinden wij niets in de bijbel. Wij zijn hiervoor aangewezen op de gegevens van het Proto-evangelie van Jacobus. In het Oude Testament is een wonderbare zwangerschap na een langdurige onvruchtbaarheid een frequent gegeven. Zoals bij Sara uit Genesis (18,10), Hanna uit Samuel (1,2) en Elisabeth (Lucas,7-24) is dit ook bij Anna het geval: haar kind is, zoals een engel haar meldt, een geschenk van God. En analoog met Hanna, die beloofd had haar kind, de latere grote profeet aan God af te staan (Sam.1,11), heeft ook Anna beloofd haar kind te bestemmen voor de dienst in de tempel.

Toen Maria dan drie jaar geworden was, sprak Joachim: “Laat ons de onbevlekte dochteren van de Hebreeën roepen en dat ieder van hen een fakkel neme die moet branden opdat het kind zich niet zou omwenden en zijn hart niet van de tempel des Heren wordt weggelokt”(Proto-evang. van Jac. 7,2) En zo geschiede. De priesterprofeet Zacharias ontvangt de ouders en hun kind. Maria bestijgt de trappen die naar het “Heilige de Heiligen (Ex.26,33-34) leiden; zij zal in de tempel verzorgd worden en er tot haar 12e jaar blijven.

Anna en Joachim brengen de kleine Maria naar de tempel. Zij wordt opgevangen door Zacharias. Maria wordt nog een keer op deze ikoon afgebeeld bovenaan. Volgens het Proto-evangelie van Jac. 8,1: zij zal in de tempel verzorgd worden “als een duif” en haar voedsel ontvangen “uit de hand van een engel” en er tot haar twaalfde jaar blijven.

3. Heilige Drie-eenheid (Svjataja Troica).

De traditionele iconografie om de Drie-eenheid uit te beelden is gebaseerd op Genesis 18: 1-16, waarin drie Engelen als vreemdelingen een gastvrije maaltijd aangeboden krijgen van Abraham en Sara. In dit verhaal van Genesis 18:1-16 is er sprake van een mysterieuze eenheid in drievuldigheid, in de taal uitgedrukt door een door elkaar gebruik van enkelvoud en meervoud. Dit deed Augustinus schrijven: “et ipse Abraham tres vidit, unum adoravit” (Abraham zag drie mannen, maar aanbad er één) De beroemde Troica-ikoon van Andrej Rublev, die zich nu in de Tretjakov-galerij in Moskou bevindt, was voor vele eeuwen een model en een inspiratiebron voor alle ikonenmakers. Drie gevleugelde engelen met een staf in de hand zitten rond een tafel. De tafel is gedekt met drie kelken. De voorstelling werd al door de theologen van de eerste eeuwen geïnterpreteerd als symbool van Het laatste avondmaal en van het sacrament van de Eucharistie. Abraham en Sara brengen gerechten naar hun gasten. Op de achtergrond in het midden, de eik van Mamre. De eik was zowel bij de Joden als bij de heidenen een plaats van cultische bijeenkomsten. Rechts Abrahams woning uitbeeldt en links een rotspartij, waarachter zich Sodoma en Gomorra bevinden. De drie landschapselementen worden ook gezien als symbolen van de triniteit. Zo is het huis het symbool voor de wijsheid van God de Vader, de eik symbool voor de opstanding van Christus en de berg, symbool van de rots van het geloof, voor de heilige Geest.

4. Aankondiging aan Maria (Blagovescenie S. Bogorodicy).

De kerkelijke kalender vermeldt op 25 maart dat Maria bij de “aankondiging” van de aartsengel Gabriel op die dag het eeuwige Woord en Wijsheid Gods, de Zoon, de tweede persoon van de Drie-eenheid ontvangt.

Dit geheim markeert het begin van de heilsgeschiedenis die haar voltooiing zal vinden in Kruis en Opstanding. God treedt uit zijn verborgenheid in de aardse wereld van de mens voor diens redding. Tot nu toe heeft Hij slechts door zijn profeten gesproken, en in beloften (Jes. 7,14): die nu tot vervulling komen: Gabriel die “voor Gods aanschijn staat” brengt de boodschap aan een maagd, de verloofde van Jozef uit het geslacht David, dat zij zal ontvangen ” door de kracht van de Allerhoogste”. Door haar antwoord: “Mij geschiede naar Uw woord”, neemt Maria, de Godsbarende, als enig schepsel actief deel aan het geheim van de verlossing.

Het feest is in het Oosten ontstaan waar het sinds het concilie van Ephese (431) bekend is. In 692 voerde Paus Sergius I het feest ook in het Westen in, samen met Lichtmis en de Geboorte van Maria. De viering is op 25 maart, negen maanden voor Kerstmis. De aartsengel Gabriel doet de aankondiging aab Maria. Opvallend is dat Gabriel tweemaal is afgebeeld. Bij zijn binnenkomst bleef hij in vervoering staan (vgl. Akathistos-hymne), vervolgens brengt hij de boodschap. Vanuit een hemelsegment daalt de heilige Geest neer.

5. Geboorte van Christus (Rozdestvo Gospoda Nasego Is. Christa).

Het kerstfeest werd voor het eerst gevierd in de 4e eeuw na Christus. Zo oud zijn ook de eerste kerstvoorstellingen. De basis voor de iconografie zijn Lucas, 2,6-20 en Mattheüs, 2,1-12, het apocriefe Proto-evangelie van Jacobus en de orthodoxe liturgie. In het midden de kribbe met de Moeder Gods en Jozef. Het Christuskind is in witte doeken gehuld. “Hij brengt licht in de duisternis”.

Van links komen de drie magiërs uit het Oosten. Zij hebben de ster van Bethlehem gevolgd die boven in het midden is afgebeeld. De drie magiërs, Casper, Melchior en Balthasar symboliseren de drie levensfasen van de man: jeugd, volwassenheid en ouderdom. Zij bieden drie geurende stoffen uit Arabië: goud, mirre en wierook.

6. Opdracht van Christus in de tempel (Sretenie Gospodne ).

Het feest van de “opdracht in de tempel”, dat de cyclus van Kerstmis afsluit, is in Jeruzalem ontstaan en heeft zich van daaruit over de christelijke wereld verspreid. Het wordt al in de 4de eeuw gevierd, zoals blijkt uit het verslag van de pelgrimstocht van Egeria.

Het woord “opdracht” betekent hier “toewijding”, de toewijding namelijk van het eerstgeboren kind van het mannelijke geslacht aan God, zoals de wet van Mozes het voorschreef. De Grieken noemen het feest van 2 februari: “Hypapante” of “ontmoeting”.

Het is de ontmoeting van de Heer met de tempel van de ware God en met het Joodse volk, in de persoon van de grijsaard Simeon. In het westen is de gebruikelijke naam (Maria) Lichtmis (La Chandleur, Candlemass, Lichtmesse), vanwege de wijding van kaarsen op die dag. De voorstelling volgt getrouw het verhaal van Lucas (2:22-38)

De Moeder Gods en Jozef met tussen hen in de profetes Anna brengen Jezus naar de tempel. Hij wordt liefdevol ontvangen door Simeon.

7. Doopsel van Christus (Bogojavlenie Gospoda Nasego Is. Christa).

Het doopsel van Christus wordt herdacht op 6 januari. Over het doopsel lezen wij bij Matth.3, 13-17, Marc. 1, 9-11 en bij Luc. 3, 21-22. Johannes doopt Christus. Engelen staan op de oever. Men ziet in hen een symbool van de drie-eenheid. De heilige Geest daalt neer vanuit de hemel, waar God de Vader verblijft.

8. Intocht in Jeruzalem (Vchod vo Ierusalem).

De intocht van Christus in Jeruzalem wordt gevierd op Palmzondag. De compositie is gebaseerd op Joh.12, 12-15 en Marc. 11, 1-11 en Luc. 19, 28-40.: Christus is het centrum van de voorstelling. Hij zit op een ezel. Omdat de ezel in Rusland niet bekend was, lijkt de ezel vaak meer op een schimmel. Christus, op een ezel gezeten, zijn apostelen achter hem, trekt Jeruzalem binnen, waar de Joden hem begroeten.

9. De verheerlijking van Christus (Preobrazenie Gospoda Nasego Is. Christa).

De Verheerlijking van Christus op de berg Tabor wordt herdacht op 6 augustus. Mattheüs 17,1-8:

<<En zes dagen later nam Jezus Petrus en Jacobus en zijn broeder Johannes mede en hij leidde hen een hogen berg op, in de eenzaamheid. En zijn gedaante veranderde voor hun ogen en zijn gelaat straalde gelijk de zon en zijn klederen werden wit als het licht. En zie, hun verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken. Petrus antwoordde en zeide tot Jezus: “Here, het is goed, dat wij hier zijn: indien Gij het wilt, zal ik hier drie tenten opslaan, voor U een, en voor Mozes, en voor Elia een”. Terwijl hij sprak, zie, daar overschaduwde hen een lichtende wolk, en zie een stem uit de wolk zeide: “Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wien ik mijn welbehagen heb; hoort naar Hem!” Toen de discipelen dit hoorden, wierpen zij zich op hun aangezicht ter aarde en werden zeer bevreesd. En Jezus kwam bij hen, raakte hen aan en zeide: “Sta op en weest niet bevreesd”. Toen zij hun ogen opsloegen, zagen zij niemand dan Jezus alleen.>>

Behalve de evangeliën van Mattheüs, Marcus (9,2-9) en Lucas (9,27-36) zijn voor de uitbeelding van de gebeurtenis de geschriften van Gregorios Palamas, een Byzantijnse theoloog en mysticus uit de XIV eeuw, van betekenis. Volgens Gregorios is het mogelijk te participeren in Christus’ heerlijkheid. In de orthodoxe theologie en mystiek speelt de voorstelling van de transfiguratie een grote rol. In het midden staat Christus boven op de berg Tabor. Op de voorgrond liggen de hevig geschrokken apostelen Petrus, Johannes en Jacobus. Petrus, aan de linkerkant richt zich enigszins op. Links van Christus de profeet Elias, rechts van hem Mozes. Mozes heeft de stenen tafelen in de hand.

10. De Hemelvaart van Christus (Vosnesenie Gospodne).

De hemelvaart van Christus berust op de evangeliën en van de Handelingen (I,4-11). De compositie heeft in de loop der eeuwen haast geen verandering ondergaan. Christus wordt door engelen ten hemel gevoerd. Onderaan op de Olijfberg staat de Moeder Gods. Zij is symbool van de Kerk en bewaart de geheimen. Aan weerszijden van haar twee engelen, die de verbaasde apostelen erop wijzen dat Christus in dezelfde “heerlijkheid Gods” zal wederkomen op het einde der tijden.

11. Het ontslapen van Maria (Uspenie Pr. Bogorodicy).

Het feest van het ontslapen van de Moeder Gods zou een voortzetting kunnen zijn van het feest van de oudoriëntaalse moedergodin Astarte, die als ster op 10 augustus haar ondergaan achter de horizon vierde en haar opkomst op 8 september, het feest van de geboorte van de Moeder Gods. De Moeder Gods wordt ook steeds geprezen als “Ster, tot wie God zijn toevlucht nam” in de liederen van de orthodoxe kerk. Omstreeks 600 werd 15 augustus als definitieve feestdag opgenomen in de Byzantijnse kalender. Anders dan in de katholieke kerk wordt het mysterie van de lichamelijke tenhemelopneming van Maria in de Oosterse Kerk nooit tot dogma verheven. Jacobus de Voragine (†1298) schrijft in zijn “Legenda Aurea”:

“Dat de heilige Maagd naar de hemel is geleid en verheven, ongekwetst, blij, met grote eer en uitzonderlijke heerlijkheid. Dat gelooft de Kerk, omdat veel heiligen het hebben geschreven en ook met vele bewijzen hebben gestaafd.”

Veel inniger dan in theologische verhandelingen wordt in de “Legenda Aurea” het geloof van het eenvoudig kerkvolk hoorbaar. De oudst bekende voorstelling van het ontslapen van de moeder Gods of van de ten hemelopneming is uit de 4e eeuw op een sarcofaag in de Santa Ingracia Basiliek te Zaragoza. Maar bij deze voorstelling komen niet dezelfde beeldelementen naar voren als die van onze ikoon. De oudste voorstelling van het ontslapen van de Moeder Gods, zoals die ook beschreven wordt in het handschildersboek uit Athos en waarop ook de nu beschreven ikoon op geïnspireerd is, is een wandschildering in Atemi te Georgië (904-905). De voorstelling en de details van het verhaal zijn apocrief.

Achter het bed staat, omgeven door een amandelvormig aureool (mandorla), de gestalte van Christus, die op aarde verschijnt om de ziel van zijn Moeder ten hemel te voeren. Op zijn arm draagt hij haar ziel, die hier voorgesteld wordt als een kind: als een baby, die weer geboren wordt. Rondom het bed zijn de apostelen verzameld. Bovenaan aan weerszijden van Christus zijn twee engelen afgebeeld.

12. Opwekking van Lazarus

13. Onthoofding van Johannes de Voorloper

14. Pinksteren

15. Pokrof

11. Kruisverheffing (Vozdvichenie chestnago kresta)

Het feest van de kruisverheffing heeft zijn oorsprong in Palestina. Het werd gevierd om de oprichting van de Anastasis Basiliek door keizer Konstantijn te herdenken. Daarbij werd het kruisreliek, die volgens de christelijke traditie door keizerin Helena ontdekt werd rond het jaar 340, ter verering in de hoogte gestoken. Sinds de regering van keizer Herakleios vond deze ceremonie ook plaats in Konstantinopel waar de op de Perzen heroverde kruisreliek was terecht gekomen in 628. De iconografische compositie is door deze historische oorsprong bepaald. In het midden staan twee bisschoppen, die geholpen door diaken het kruis vasthouden.  Links staat Helena en gelovigen.  Op de achtergrond de Anastasis Basiliek te Jeruzalem.

In het midden is afgebeeld de Verrijzenis (Voskresenie Christovo)

In de oosterse kerk is het hoogtepunt van het kerkelijk jaar niet zoals bij ons in het westen het kerstfeest, maar het paasfeest. In Rusland valt het samen met het ontwaken van de natuur na de lange harde winter. In de paastijd begroeten de gelovigen elkaar met de woorden “Christus is opgestaan – Hij is waarlijk opgestaan”. Zoals de apostelen deden toen zij hoorden van de opstanding van de Heer. Een van de gebruiken gedurende de paastijd is het geven van gekleurde eieren aan elkaar. Uit de tsarentijd stammen de prachtig beschilderde eieren, soms met edelstenen versierd. Zoals het leven eerst verborgen zit onder de schaal van het ei en dan tevoorschijn komt, zo ook is Christus opgestaan uit het graf. Zijn opstanding symboliseert de overwinning op de dood.

De eigenlijke verrijzenis van Christus wordt in de bijbel niet beschreven. Er wordt slechts op gezinspeeld (hand. 2:14-38). Daarom wordt in de oude ikonenkunst minder aandacht besteed aan de verrijzenis zelf, maar gaat haast alle aandacht uit naar Nederdaling ter Helle. Het woord ‘Hel’ moet men verstaan als het ‘dodenrijk’.

In het gedeelte bovenaan verrijst Christus uit het graf. Engelen dalen af naar de onderwereld om de macht van de Satan te breken.

Daaronder is de Nederdaling ter helle afgebeeld. In de Nederdaling ter helle wil de orthodoxe kunstenaar de essentie zelf van de verrijzenis uitbeelden: overwinning op de dood en redding van allen die sinds Adam daarop hadden gewacht. Christus staat op de verbrijzelde poorten van de onderwereld. Hij grijpt Adam bij de pols en trekt hem tevoorschijn om hem te verlossen. Van links naar rechts loopt in een diagonaal naar boven naar de hemelpoort de stoet der verlosten. Onder Adam staat o.a. Eva, gebukt met uit eerbied bedekte handen. In de stoet der verlosten gaan vele oudtestamentische figuren, zoals Mozes, David, Salomon geholpen door engelen op weg naar het paradijs. Johannes de Voorloper voert de stoet aan.

Binnen de muren van het paradijs ontvangen Elias en Henoch, die volgens de traditie niet gestorven maar levend ten hemel waren gevaren al eerste de verloste, ” goede” moordenaar. Zijn aanwezigheid herinnert aan de woorden van Christus: “Heden zult gij met mij zijn in het paradijs” (half ontklede man).

Geheel rechts beneden is de scène afgebeeld van Christus bij het meer van Tiberias, hij roept de apostelen toe hun netten aan de andere kant van de boot uit te gooien. Petrus als eerste herkent in deze vreemdeling Christus.

Bovenaan in de hoek links: De ongelovigen Thomas.  Naar het graf de mirre-dragende vrouwen. Achter het graf: de slapende soldaten.



contact
     

Ikonenarchief op:RussianIcons.amsterdam